13 augustus 2020

14 vragen en antwoorden over het NVWA Handboek Etikettering voor levensmiddelen

Dit artikel is op 5 augustus verschenen op de website van VMT. U kunt het volledige artikel ook hieronder lezen.

De etikettering van voedingsmiddelen zorgt nog altijd voor discussie en onduidelijkheid. Hoe zit het met het taalgebruik en de lettergrootte? En hoe zit het precies met het vermelden van de houdbaarheid? In dit artikel gaan Marieke Lugt, schrijver van het NVWA Handboek Etikettering en Ellis van Diermen van Précon Consulting Group in op een 14-tal vragen uit de industrie.

Tijdens de Food Law Update op 18 juni gaven Marieke Lugt en Ellis van Diermen een toelichting op het NVWA Handboek Etikettering van Levensmiddelen. Tijdens het live seminar gingen zij in op onder andere benamingen, misleiding, leesbaarheid, lettergrootte, allergenenvermelding en houdbaarheidsdatum. De slides bij de presentatie van Marieke Lugt en Ellis van Diermen zijn hier terug te vinden.

De deelnemers van de Food Law Update op 18 juni konden tijdens de presentatie vragen stellen over etikettering. Omdat niet alle vragen direct behandeld konden worden, beantwoorden Marieke Lugt en Ellis van Diermen een aantal van deze vragen in dit artikel.

1. Hoe zit het met België: als je in de taal van het betreffende land moet etiketteren, moet je dan verplicht Frans, Duits en Nederlands etiketteren?

Antwoord: De officiële talen in België zijn Nederlands, Frans en Duits. De Belgische overheid (FAVV) adviseert hierover het volgende: ‘De taal op het etiket van een levensmiddel moet overeenkomen met de taal van de gemeenschap waar het product verkocht wordt’. Met andere woorden:

  • Tweetalig (Frans/Nederlands) in het Brussels Gewest;
  • Nederlands in Vlaanderen;
  • Frans in Wallonië (behalve in de Duitstalige gemeenschap);
  • Duits in de Duitstalige gemeenschap.

2. Volgens de wetgeving mag water aan voedingsmiddelen worden toegevoegd. Onder de 5% hoeft water niet gedeclareerd te worden op het etiket. Geldt dit ook voor een beschermende glaceerlaag op naturel vis van onder de 3%?

Antwoord: Toegevoegd water als ingredient moet in beginsel wel worden vermeld in de lijst van ingredienten (tenzij b.v. gebruikt bij geconcentreerd ingrediënt), ook indien minder dan 5% water wordt toegevoegd. Er is een uitzondering voor toegevoegd water dat niet in de volgorde van afnemend gewicht vermeld hoeft te worden in de lijst van ingredienten. Let op: deze uitzondering bepaalt niet dat water bij < 5% niet vermeld hoeft te worden in de lijst van ingrediënten.

Als het water < 5% is, dan is deze hoeveelheid niet van belang voor het bepalen van de juiste volgorde van afnemend gewicht in de lijst van ingrediënten; het ingrediënt water moet wel worden vermeld in de lijst van ingrediënten, maar mag b.v. als laatste ingrediënt worden vermeld (zie paragraaf 7.9 van NVWA Handboek). De uitzondering dat toegevoegd water bij < 5% niet persé op de juiste plaats in volgorde van afnemend gewicht hoeft te staan, geldt niet voor vlees, vleesbereidingen, onverwerkte visserijproducten en tweekleppige weekdieren; voor deze producten moet toegevoegd water altijd op de juiste plek in de volgorde van afnemend gewicht worden vermeld.

Om te voorkomen dat het gewicht van de glaceerlaag verkocht wordt als visgewicht, moet het nettogewicht van de vis of de garnaal worden vermeld zonder glaceerlaag. Dit water maakt geen onderdeel uit van de vis en hoeft daarom niet te worden vermeld in de ingrediëntenlijst. Voor meer informatie over het correct etiketteren van water in een glaceerlaag, zie paragraaf 10.4 van het NVWA Handboek.

3. Mag je de claim ‘vetvrij’ gebruiken in de legal denominator?
Kunnen jullie iets meer toelichten wat de legal denominator is?

Antwoord: ‘Legal denominator’ is een term die niet voorkomt in de Europese Verordening (EU) Nr. 1169/2011. Deze Verordening gebruikt de term ‘benaming’. Zie voor meer informatie, hoofdstuk 6 van het NVWA Handboek. Voor het gebruik van de voedingsclaim ‘vetvrij’ moet worden voldaan aan de voorwaarden uit de bijlage van de Europese Claimsverordening (EG) Nr. 1924/2006.
4. Is het verplicht de wettelijke benaming te gebruiken als deze gedefinieerd is?

Antwoord: Ja, dat is verplicht als deze wettelijke benaming verplicht is voorgeschreven. Er zijn ook wettelijke benamingen die vrijwillig mogen worden gebruikt. Zie voor meer informatie, paragraaf 6.6 van het NVWA Handboek.

5. Hoe zit het met babyvoeding: de wettelijke benaming staat op de achterkant van een etiket en op de voorkant staan fantasienamen, mag dat?

Antwoord: Ook voor babyvoeding moet worden voldaan aan de wettelijke eisen voor de benaming (zie hoofdstuk 6 van het NVWA Handboek). Als vrijwillig een fantasienaam op de voorkant wordt gebruikt, dan mag deze niet misleidend, verwarrend of dubbelzinnig zijn (art. 36, lid 2 Verordening (EU) Nr. 1169/2011). Een fantasienaam die daadwerkelijk alleen ‘fantasie’ is, is wel toegestaan.

6. Inhoudsvermelding: wat als er geen e-teken wordt vermeld op de verpakking? Geldt richtlijn 76/211 dan niet meer? Moeten we dan enkel uitgaan van 1169/2011 (1.2mm)?

Antwoord: De lettergrootte van de inhoudsvermelding is vastgelegd in Bijlage I, punt 3.1 van de Europese Richtlijn 76/211/EEG (zie paragraaf 10.5 van het NVWA Handboek). Deze Richtlijn moet worden gebruikt voor alle inhoudsvermeldingen, ongeacht het feit of wel of niet het e-teken wordt gebruikt. Als het e-teken wordt gebruikt, dan moet de letter “℮” in het ℮-teken minimaal 3 mm hoog zijn.

7. Hoe garandeer je dat binnen de specificaties (informatie tussen bedrijven) de informatie over de samenstelling van het product/halffabricaten (incl. allergenen, GMO’s, etc) volledig is? Is daar wetgeving over en zo ja, welke?

Antwoord: Exploitanten die aan andere exploitanten leveren dienen er voor te zorgen dat voldoende en juiste informatie wordt doorgegeven zodat de ontvangende exploitant aan alle etiketteringsverplichtingen kan voldoen (art 8, lid 8 van Verordening (EU) Nr. 1169/2011). Zie voor informatie over de wettelijke eisen voor verpakte levensmiddelen in het B2B kanaal, paragraaf 20.2 van het NVWA Handboek.

8. Hoe zit het met de vermelding van de houdbaarheidsdatum voor een product dat online verkocht wordt? Is de vermelding van de houdbaarheidsdatum dan ook verplicht?

Antwoord: Op de website waar het product wordt aangeboden voor verkoop hoeft geen houdbaarheidsdatum te worden vermeld. Bij aflevering moet wel een houdbaarheidsdatum beschikbaar zijn (zie paragraaf 5.4 van het NVWA Handboek).

9. Op veel verpakkingen staat vermeld ‘beperkt houdbaar’, is dat dan wel wettelijk toegestaan?

Antwoord: Indien de houdbaarheid van het levensmiddel na openen van de verpakking beperkt is, dient een uiterste consumptiedatum aangegeven te worden. De vermelding ‘beperkt houdbaar’ is in dat geval niet duidelijk genoeg omdat deze verschillend kan worden geïnterpreteerd (b.v. 2 of 4 dagen, artikel 25 lid 2 en bijlage X, punt 1,b van Verordening (EU) Nr. 1169/2011). Zie voor meer informatie, paragraaf 11.4 van het NVWA Handboek.

10. Waarom wordt het niet verplicht om de datum vlak bij de ‘te gebruiken tot’ tekst te zetten? Consumenten moeten nu vaak op zoek naar de datum.

Antwoord: In de wetgeving wordt de mogelijkheid geboden om een verwijzing op te nemen naar de houdbaarheidsdatum, maar dat mag ‘geen zoekplaatje’ worden. De verwijzing moet concreet en duidelijk zijn. Zie voor meer informatie, hoofdstuk 11 van het NVWA Handboek.

11. Er zijn retailers die THT vermelden als ‘tenminste houdbaar tot en met’, is dat wettelijk toegestaan? En als er op de sleeve van een verpakking een verwijzing in woorden staat zoals ‘ten minste houdbaar tot zie bovenzijde folie’, mag er dan voor de datum op de folie wel de afkorting THT staan?

Antwoord: In de Europese Verordening (EU) Nr. 1169/2011is precies voorgeschreven hoe de datum van minimale houdbaarheid moet worden vermeld. Dat kan op de volgende twee manieren:

  • “ten minste houdbaar tot [datum zelf met dag of verwijzing naar plaats op etiket waar datum kan worden gevonden]”. “Ten minste houdbaar tot …” moet worden gebruikt als de datum met dag erin wordt genoemd; of
  • “ten minste houdbaar tot einde [datum zelf of verwijzing naar plaats op etiket waar datum kan worden gevonden]”. “Ten minste houdbaar tot einde” moet worden gebruikt als in de datum geen dag wordt genoemd.
  • In de praktijk betekent “tot” in deze vermelding “tot en met”. Zie voor meer informatie paragraaf 11.3 van het NVWA Handboek.

    De afkorting THT is niet toegestaan op de sleeve of op de folie. Let er wel op dat ‘Ten minste houdbaar tot’ alleen kan worden gebruikt als op de folie de datum met de dag erin wordt vermeld, b.v. 10 augustus. Als in deze datum op de folie geen dag wordt genoemd, dan moet ‘ten minste houdbaar tot einde’ worden gebruikt op de sleeve. Zie voor meer informatie paragraaf 11.3 van het NVWA Handboek.

    13. Hoe werkt het met import uit derde landen? Een producent in Thailand heeft de maken met regels voor de verpakking die daar gelden. Moeten wij bij import zorgen voor de juiste Europese etikettering, met labels op de achterkant?

    Antwoord: Ieder product voor de Nederlandse markt moet voldoen aan de Europese en Nederlandse etiketteringsregels voor dat product. Ook moet het product veilig zijn en moet worden uitgezocht of het product is toegestaan in Europa/Nederland met die samenstelling en benaming.

    14. Op 18 juni is de nieuwe verordening over additieven onder mijn ogen gekomen over E160b en de specificering naar E160bi en E160bii. Is het nu de bedoeling dat we deze inderdaad gaan specificeren op het etiket? Dit gebeurt nu bij geen enkel ander E-nummer op het etiket, de specificering met i-tjes.

    Antwoord: De in de vraag bedoelde verordening heeft betrekking op de wijziging van Verordening (EG) nr. 1333/2008 door middel van Verordening (EU) 2020/771. Met deze wijziging wordt de kleurstof ‘annatto, bixine, norbixine (E 160b)’ geschrapt uit de EU lijst van toegelaten levensmiddelenadditieven. En in plaats daarvan zijn twee afzonderlijke levensmiddelenadditieven, namelijk annatto bixine (E 160b(i)) en annatto norbixine (E 160b(ii)) opgenomen. Voor deze additieven gelden verschillende maxima. Als een van deze twee additieven wordt gebruikt, dan moet naast de categorienaam ‘kleurstof’ de juiste naam van het additief worden vermeld óf het juiste E-nummer inclusief i of ii. Op de website van Précon is onlangs een nieuwsbericht verschenen over dit onderwerp.

    Hulp nodig?

    Heeft u vragen of ondersteuning nodig bij de etikettering? Wij helpen u graag. U kunt contact opnemen via +31 (0)30 – 65 66 010 of mail naar info@precon.group

    Auteur

    Ellis van Diermen
    Ellis van Diermen

    Inschrijven nieuwsbrief Blijf op de hoogte